Je hoort het elk najaar weer: moet je de verwarming helemaal uitzetten als je weg bent, of is het toch slimmer om ‘m op een lage stand te laten draaien? Veel mensen weten het niet zeker, en verrassend genoeg hebben experts daar nu eindelijk een duidelijk antwoord op. En dat antwoord heeft meer lagen dan je zou denken.
Verwarming uitzetten: besparend én slim?
Zet je de verwarming helemaal uit zodra je het huis verlaat? Volgens energie-experts is dat vaak een goede zet, vooral als je langer dan twee uur weg bent. Dankzij goede isolatie blijft de warmte vaker beter hangen dan veel mensen denken. En zolang de verwarming aanstaat tijdens je afwezigheid, verlies je onnodig energie omdat het systeem blijft draaien om warmteverlies te compenseren.
Een praktijkvoorbeeld: een gezin in een goed geïsoleerde woning gebruikte de spaarstand tijdens kantooruren. Resultaat? 15% minder gasverbruik per maand vergeleken met een soortgelijk gezin dat níét bewust verwarmde. Het geheim zit in het temperatuurverschil: hoe kouder het buiten is, hoe sneller de warmte je huis verlaat. Door de verwarming uit te schakelen, verklein je dat verschil.
Heb je een slimme thermostaat? Dan kun je nog meer besparen. Zo’n systeem warmt je huis automatisch op nét voordat je thuiskomt. Je hoeft dus niet te kiezen tussen comfort en een lagere energierekening.
Wanneer juist een lage stand wél verstandig is
Toch zijn er momenten waarop je de verwarming beter op een lage temperatuur kunt instellen in plaats van hem volledig uit te zetten. Bijvoorbeeld bij slecht geïsoleerde huizen of bij . In zo’n woning kan het drastisch afkoelen als je alles uitzet, en het kost daarna meer energie om alles weer op te warmen.
Warmtepompen of elektrische systemen werken anders dan traditionele CV-ketels. Ze zijn vaak efficiënter als ze rustig blijven draaien in plaats van telkens aan en uit te springen. In dit geval stel je het best een constante temperatuur in van ongeveer 16 à 17 graden.
In oudere huizen, bijvoorbeeld met enkel glas, kan de temperatuur ’s nachts sterk dalen. Als je dan ’s ochtends ineens weer begint te verwarmen, moet de ketel een flinke inhaalbeweging maken. Dat zorgt voor extra energieverbruik én slijtage van je installatie.
Waarom goede isolatie écht het verschil maakt
Of je nu de verwarming uitzet of niet, goede isolatie maakt altijd een groot verschil. Zonder dat, loeit je verwarming voor niets. Door muren, vloeren en ramen ontsnapt warmte sneller dan je denkt. En dat zie je terug op je energierekening.
Wil je in 2026 echt slim verwarmen? Dan zijn dit de isolatiemaatregelen die het meeste opleveren:
- Vloerisolatie: voorkomt koude trek vanaf de grond
- Dakisolatie: warmte stijgt, dus dit bespaart heel veel
- HR++ glas: houdt kou buiten en warmte binnen
In wijken als de Oranjewijk zijn warmtebeelden van huizen gebruikt om te zien waar energie verloren gaat. Handig én motiverend: je ziet letterlijk waar je verbetert.
Praktische tips om energie te besparen zonder het koud te krijgen
Geen zin om rillende kinderen aan tafel te hebben of zelf met drie truien op de bank te zitten? Gelukkig hoeft energie besparen niet ten koste te gaan van comfort. Met deze tips verwarm je slim:
- Gebruik een programmeerbare thermostaat zodat je alleen verwarmt als je thuis bent
- Laat ongebruikte kamers koud door de radiator dicht te draaien
- Stel de thermostaat in op 19-21 graden: elke graad hoger kost je 5 tot 10% extra energie
- Lucht krachtig, maar kort: 10-15 minuten is genoeg
- Plaats radiatorfolie en isoleer deuren tegen tocht
- ‘s Nachts lager zetten naar 16-17°C: comfortabel onder je dekbed en zuinig
Hoeveel kun je echt besparen?
| Maatregel | Effect op Energieverbruik | Comfort |
|---|---|---|
| Verwarming uitzetten bij afwezigheid >2 uur | Tot 15% besparing | Geen warmte tijdens afwezigheid |
| Verwarming op lage stand houden | 5-8% besparing | Behoudt basiswarmte, voorkomt piekverbruik |
| Nachtelijke verlaging naar 16-17°C | 6-10% besparing | Comfortabel onder dekbed |
| Goede isolatie toepassen | Zeer grote besparing | Langdurig comfortabel |
| Slimme thermostaat gebruiken | Optimaliseert verwarmingscycli | Altijd warm bij thuiskomst |
Wanneer moet je de verwarming dan aanzetten?
Heb je gewacht tot je het écht niet meer uithoudt, en denk je: nu moet ‘ie aan? Dan is dat waarschijnlijk het juiste moment. Experts, zoals installateur Bert Dierick, raden aan om pas te beginnen met verwarmen als het binnen merkbaar kil wordt en de buitentemperaturen structureel lager zijn.
Een slimme test: zet de thermostaat kortstondig op 25 graden om te zien of je ketel nog goed werkt. Merk je dat je huis niet opwarmt, dan is er mogelijk een defect. Zo ontdek je het tijdig.
Bonustip: verwarming verdeeld over zones voorkomt dat je hele huis op temperatuur moet blijven. Verwarm alleen waar je bent. Dat spaart een hoop.
Conclusie: aanpassen loont
Er is dus geen one-size-fits-all antwoord. Maar de vuistregel is duidelijk: buitenshuis verwarming uit tenzij je huis slecht geïsoleerd is, en binnenshuis slim sturen met technologie en aanpassingen. Dat scheelt écht energie, geld en zelfs slijtage aan je systeem.
De volgende keer dat je twijfelt, weet je: zet ‘m uit als je gaat, en houd warmte vast als je blijft. Je portemonnee en het klimaat zullen je dankbaar zijn.












Leave a comment